Slimmer Gezond – De stad van Jorick Beijer

Voor het Haagse Platform Stad schreef Jorick deze korte blog over stedelijke ontwikkeling in Den Haag, specfiek gericht op het thema gezondheid.

 

De afgelopen jaren is de ‘gezonde’ stad steeds prominenter op de bestuurlijke en ambtelijke agenda gekomen. Waar afdelingen ruimtelijke ordening en GGD’s elkaar eerst nog vragend aankeken is er groeiend bewustzijn dat er mogelijk letterlijk oplossingsruimte is voor gezondheidsvraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan de aanpak van obesitas en hart- en vaat ziektes, veelal veroorzaakt door sedentaire leefstijlen, met zittend gedrag waarbij het lichaam bijna geen calorieën verbruikt. Denk aan de trend dat er door vergrijzing niet alleen steeds meer ouderen zijn, maar ze ook nog eens ouder worden, met onder meer eenzaamheid eenzaamheid tot gevolg. Maar denk ook aan gezondheidsschade voor fietsers door luchtvervuiling.

Gezondheid is zeker een probleem voor de stad Den Haag. Recent was er nog een golf van opschudding toen bleek dat maar liefst drie Haagse wijken -Laakkwartier, Moerwijk en Transvaal – een top vijf plek scoorden in de ranglijst van hoogste zorgkosten in Nederland.

Voorbij de tekentafel

Het is historisch gezien volstrekt logisch om het ontwerp van de stad te koppelen aan leefstijl en dus ook aan gezondheid. De cholerakaart van London, door John Snow in 1854, was een vroege geografie van (on)gezondheid. Maar ook vandaag de dag zijn er wel degelijk ontwerpinstrumenten die lichamelijke activiteit kunnen stimuleren. Recent onderzoek wijst opnieuw naar het belang van walkability in woonwijken. Te bevorderen door bebouwing in hoge dichtheid, korte bouwblokken, stadsstraten met een gemengd programma en uitstekende toegang tot openbaar vervoer en parken. Niet gek bijvoorbeeld dat Agenda Ruimte voor de Stad specifiek kijkt naar de verdichting van een jaren ’60-wijk als Den Haag Zuid-West.

Het is echter maar de vraag hoe groot de invloed van de ontwerper nu ècht is. Twee voorbeelden die de complexiteit van stedelijke gezondheid weergeven:

Sociaaleconomische Status

De sociaaleconomische status (SES) van stedelingen bepaalt veel meer dan het ontwerp van de ruimtelijke omgeving, het gezondheidsprofiel van volwassenen en kinderen. Obesitas lijkt haast wel het nieuwe cholera. Men steekt elkaar aan in slecht gedrag. Daarbij zijn de ruimtelijke verschillen groot, er is rustig te spreken over ruimtelijke ongelijkheid. Onderzoek laat zien dat juist kinderen zeer vatbaar zijn voor deze epidemie. Ouders die een (betere) baan vinden, neigen snel te verhuizen. En hoe jonger kinderen dit meemaken, hoe waarschijnlijker het is dat ze gezonder opgroeien en later een betere baan krijgen.

Nu heeft Den Haag al een duidelijke articulatie van segregatie tussen stadsdelen. De eerder genoemde illustratie van zorgkosten laat zien dat gezondheid dus inderdaad ruimtelijk ongelijk verdeeld is. Zoals Adri Duivesteijn eerder in deze reeks betoogde, ligt hier in Den Haag een enorme opgave. Dat gaat niet over de hardware van de stad maar juist over investeren in de ‘orgware’.

Luchtkwaliteit

Iedereen heeft recht op schone lucht. En daar is nog enorm veel werk te doen. Jaarlijks worden tienduizenden mensen ziek als gevolg van vervuilde lucht, die ze wrang genoeg inademen tijdens wandelen, hardlopen en fietsen. Ook hier ligt voor Den Haag een majeure opgave. Recent onderzoek laat opnieuw zien, dat de luchtkwaliteit in het centrum van Den Haag een onvoldoende scoort. Zeker als het gaat om uitstoot van ultra-fijnstof (roet). Ondanks dappere experimenten lijken milieuzones niet de oplossing en sloopsubsidies voor oude diesels vooral symptoombestrijding. Schone lucht is duidelijk een grootstedelijke opgave, die om een rigoureuze reflectie vraagt op de plek die we auto’s in ons dagelijks leven geven. Een stad als Den Haag heeft een ambitieuze visie op de binnenstedelijke ring nodig. Maar ook doortastendheid in het sneller mogelijk maken van bouwen zonder parkeernorm.

Slimmer gezond

In de gezondheidswetenschappen staat voorop dat interventies met gedragsverandering als doel, vooral heel specifiek op een doelgroep gericht moeten zijn. Iets wat ergens strijdig is met het generieke karakter van het publiek domein. Het plaatst het snel groeiende geloof dat ontwerpers hebben in de impact van ontwerpinterventies, letterlijk op de gezondheid van stedelingen, in ontnuchterend perspectief.

Stedelijke gezondheid is een wicked problem. Het is een sociaal-culturele opgave, mist nog steeds sterk wetenschappelijke onderbouwde oplossingsrichtingen, gaat over grote aantallen mensen en heeft een enorme economische impact. Twee denkrichtingen voor het aanpakken ervan:

Slimmer gebruik van ICT

Decennia zijn gezondheidseffecten moeilijk meetbaar geweest, door complex longitudinaal onderzoek dat moeilijk terug te brengen is op de invloed van de stedelijke morfologie. De smartphone in uw zak brengt daar zeker verandering in. Bijvoorbeeld door het realtime onderzoeken van stedelijke stromen en gelokaliseerde zelfrapportage van gezondheid. Ook biedt ICT expliciet de mogelijkheid om interventies persoonlijk te maken, fysiek en virtueel.

Slimmer samenwerken

In een tijd dat zorgverzekeraars meer weten van publieke gezondheid dan lokale GGD’s is het ondenkbaar om wicked problems niet integraal en op een adaptieve manier aan te pakken. Het is een opgave die vraagt om proeftuinen op de schaal van de wijk, om samen met bewoners snel te leren van experiment.

De gezonde stad begint niet op de tekentafel. Daar begint wel het ontwerpen van goede stadsruimte, met hoge verblijfskwaliteit. Een Healthy The Hague vraagt om integrale en creatieve oplossingsrichtingen die zowel publiek, privaat àls persoonlijk zijn.

Bronnen (selectie):