blosse blog: “meten, weten, doen! De stedeling als formule”

Zou het niet prikkelend zijn als een scherm op het station laat zien hoeveel calorieën je verbrandt wanneer je lopend in plaats van met de tram je reis vervolgt? Of als je telefoon jou als astmapatiënt de weg wijst naar schone lucht? Als een videogame op een levensgroot scherm middenin de stad je verleidt tot een dansje? Of als de kaart in je favoriete restaurant met de chip om je pols communiceert welke voedingsstoffen er nog aan je menu ontbreken? Zou het niet aantrekkelijk zijn gezonder te leven als de zorgverzekeraar je daarvoor beloont?

Blossity gelooft dat de sleutel voor gezond gedrag in de bestaande stad zelf ligt. De quantified self beweging kan bijdragen aan het in kaart brengen en op de juiste manier presenteren van gegevens en benodigde acties voor gezond gedrag. Steden hebben meer dan ooit inzicht in haar bewoners en hun patronen en de stedeling heeft meer dan ooit inzicht in zichzelf én in de stad. Als de juiste applicaties op een geschikte manier worden ingezet, gaat de bestaande stad lijken als op maat gemaakt. Een blosse uitdaging: het digitale heeft de toekomst.

De stedeling als formule

Vroeger was het duidelijk: wanneer je ziek was, ging je naar het ziekenhuis om weer beter te worden. Tegenwoordig is gezondheid lang niet meer uitsluitend te koop in het ziekenhuis. Makkelijker dan ooit heeft iedereen met een druk op de knop inzicht in zijn eigen lichaam. Maar maakt dat ons echt gezond? Op dinsdag 10 september gaf Maarten den Braber de lezing ‘Future Health’[1], waarin hij een blik op deze ontwikkelingen wierp. Den Braber gebruikt de term ‘quantified self’. Een concept dat de mens weergeeft in cijfers, formules en grafieken. Wat vroeger medici niet eens konden achterhalen, rolt nu met het grootste gemak uit een telefoon.

De app Asthmapolis die registreert wanneer een astmapatiënt zijn inhaler gebruikt én dit direct optelt bij data van een grotere populatie; Lumoback dat de rughouding bijhoudt en indien nodig corrigeert; stappenteller Runtastic die vriendelijk doch dringend waarschuwt om door te stappen om de dagelijkse targets te halen: ingenieuze toepassingen, maar tegelijk eenvoudig inpasbaar in het dagelijks leven. Alleen voor de hipster die thuis is in het digitale? Nee. Volgens den Braber kunnen dergelijke applicaties juist voor kwetsbare ouderen veel betekenen. Wanneer het niet mogelijk is 24/7 een oogje in het zeil te houden, kan de ‘valpreventie app’ een uitkomst zijn.

Meten, weten en doen!

Meten

De spreker noemt de drang naar kennis typerend voor deze tijd. Willen weten ‘gewoon omdat het kan’. Toch is  de quantified self beweging ook op populatieniveau van toegevoegde waarde. Kort stipt de spreker de ‘Barcelonacase’ aan, waarbij door gebruik van een astma app inzichtelijk werd op welke dagen en waar in de stad gebruikers last kregen van benauwdheid. Nader onderzoek toonde correlatie met activiteit in de haven.
Een boeiend voorbeeld, maar is er niet meer denkbaar? In de inleiding ging de spreker in op het veranderende begrip van gezondheid. Beleving van ziekte en gezondheid vindt meer dan vroeger plaats in het dagelijks leven en steeds minder in medische setting. In dit Google tijdperk wordt bij uitstek dat dagelijks leven gedocumenteerd. Weten waar de stedeling zich bevindt, hoe hij zich beweegt en hoe dit zich ontwikkelt is belangrijke kennis als we de stad willen begrijpen en beïnvloeden. GPS gestuurde apps bieden hiervoor een schat aan informatie. Zou het niet prikkelend zijn als een videogame op een levensgroot scherm middenin de stad je verleidt tot een dansje? Om dit te realiseren is het nodig te weten waar in de stad men wel beweging kan gebruiken.

Weten
Meten is de eerste stap. Apps die aangeven dat je beter de trap dan de lift kunt nemen of dat je moet gaan verzitten om rugpijn te voorkomen, zijn de volgende stap: ze formuleren de  meetgegevens zo dat de ontvanger weet wat deze echt betekenen, inhouden. Voor den Braber het juiste duwtje in de rug, zo vertelt hij, maar dit geldt niet voor iedereen. Hoe de vertaalslag van meten naar weten de ontvanger echt overtuigt; daar waagt de spreker zich maar voorzichtig aan. Vanuit de gezondheidsbevordering kunnen we veel leren over hoe een boodschap zo landt bij de luisteraar, dat deze écht de intentie krijgt om ermee aan de slag te gaan. Belangrijk is dat de actie concreet en op maat wordt geformuleerd en dat deze aansluit bij de belevingswereld van de gebruiker en diens sociale omgeving. Een goede app kan dus bijdragen aan het voornemen om aan de slag te gaan met meetresultaten. Stadsinrichting is hierbij een mooi instrument. Is het niet veel makkelijker nog een blokje om te lopen als richtingwijzers langs de weg het aantal stappen aangeven en de app registreert hoeveel calorieën je verbrandt?

Doen

Wanneer iemand overtuigd is van de boodschap en werkelijk de intentie heeft om deze om te zetten naar actie, is een laatste belangrijke stap om dit ook echt te doen. De spreker noemt ‘persuasive design’ en ‘design for behavior’ niet te onderschatten disciplines, waar hij dan ook niet heel diep op ingaat. Uit de gezondheidsvoorlichting leren we dat intentie voor bepaald gedrag, nog niet het gedrag zelf is. Deze stap vereist concretere aanmoediging. Een persoon moet het gevoel hebben dat hij in staat is het voornemen uit te voeren en alle mogelijke barrières zijn weggenomen. Ook hier kan inrichting van de stad een belangrijke rol vervullen. Ruimte om veilig te fietsen of te wandelen of bordjes die de weg wijzen naar plekken om gezond te eten, dragen eraan bij dat degene die heeft besloten zijn gedrag aan te passen, dit ook echt doet. Zou het niet makkelijk zijn als je telefoon je bij een astma aanval in een onbekende stad de weg wijst naar een schone lucht? Of als de kaart in je favoriete restaurant met de chip om je pols communiceert welke menukeuze aansluit bij wat je nog nodig hebt vandaag?

Waarom willen weten?

De vraag die de zaal bezighoudt, is duidelijk: wat bezielt mensen als Maarten om doorlopend inzicht te willen hebben in hartslag, suikerspiegel en andere lichaamswaarden? De drang naar kennis hoort volgens den Braber bij de huidige generatie. Bovendien, zo redeneert hij, is het handig om met een enkele muisklik aan een arts te laten zien wanneer klachten het hevigst waren; vaak lastig als je alleen op je geheugen afgaat.

De echte ‘waaromvraag’ wordt echter weinig bevredigend beantwoord. Jammer;  met de nodige expertise in de zaal zou een aantal prikkelende stellingen een interessante discussie hebben opgeleverd. Over de rol van de zorgverzekeraar bijvoorbeeld, welke nu slechts zijdelings ter sprake kwam. De genoemde voorbeelden laten zien dat de apps meer zijn dan verslavende features. Ze brengen inzichtelijk waar gezondheid zich afspeelt. Te midden van actuele politieke discussies over zorgtransities – aan de orde van de dag –  kunnen deze een positief tegenwicht bieden. Niet de bestuurlijke en financiële kant zijn hierbij  het uitgangspunt, maar het gezond blijven. Dit wordt gepresenteerd in overzichtelijke stappen, op een aansprekende manier. De maatschappelijke impact is groot en zorgverzekeraars kunnen hier hun voordeel mee doen. Als gezondheid zich afspeelt in de leefomgeving en minder dan vroeger in zorginstellingen, ligt het dan niet voor de hand juist hierin te investeren? Een blosse kans voor nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling.