blosse blog: “voorkom re-reparatie van babyboomsteden”

Op donderdag 9 april werd in Delft de 6de USE-conferentie georganiseerd met als thema ‘Ageing Cities’ oftewel verouderende steden. USE is het gezamenlijke onderzoekscentrum van de South China University of Technology (SCUT) en de TU Delft.

Dit artikel is geschreven door Jorick Beijer & Marije Blok en verscheen op 19-05-15 op Gebiedsontwikkeling.nu.

Lessen uit “Voorkom re-reparatie van babyboomsteden”

  • Het is belangrijk dat de stad en stedelingen zich in hetzelfde tempo ontwikkelen. Een ruimtelijk plan is een sociaal plan.
  • Aanpassingsvermogen is noodzakelijk om te voorkomen dat steden een versteende blauwprint worden.
  • Steden en gebouwen zijn grondstofbanken. Infrastructuur, bouwmaterialen en ontwerpprincipes kunnen bij herontwikkeling hergebruikt worden.
  • Nederland staat voor een reparatiepiek. Repareren stelt problemen vooral uit. Preventie en bescherming van gebouwen is nodig om in de toekomst onwenselijk re-repareren te voorkomen. Van cure naar care!

Het einde van de Tweede Wereldoorlog gaf de burger nieuw vertrouwen in de toekomst. Steden werden herbouwd en gezinnen gesticht. De babyboomers groeiden op en gaan nu hun oude dag tegemoet. Echter, het is niet alleen de bevolking die vergrijst. Ook destijds nieuw gebouwde steden en infrastructuur vertonen kenmerken van ouderdom. Tijdens de conferentie werden de huidige en toekomstige uitdagingen die verbonden zijn met het transformeren van de bebouwde omgeving in verouderende steden belicht.

Verouderende steden
De samenwerking tussen de SCUT en de TU Delft is niet de enige uitwisseling met Aziatische onderzoekers. De TU Delft maakt samen met de Universiteit Leiden ook deel uit van het Urban Knowledge Network Asia (UKNA). Onderzoeker Paul Rabé schetst vanuit zijn ervaring in dit netwerk een raamwerk.

Worden niet alle steden ouder? In zekere zin wel. Toch blijven sommige beter bij de tijd dan andere en zijn zij beter in staat tegelijk ook te verjongen. Deze jonge steden blijven in goede vorm. De verouderende steden daarentegen lopen – vooral fysiek gezien – achter. Rabé maakt echter nog een onderscheid, dat tussen vitale en vervallende steden. Vitale steden zijn vol energie. Door de geschiedenis heen waren dit de steden langs handelsroutes, het water, het spoor of goede wegen. Achteruitgaande steden daarentegen zijn niet langer relevant: noch sociaal, noch economisch.

In welke stad we graag wonen, is makkelijk aan te wijzen. Maar het is lastig wonen in een stad die alleen op een masterplan bestaat. Bovendien zijn geplande steden doorgaans al achterhaald voordat ze zijn ontwikkeld. Het zijn juist de spontaan ontwikkelende steden die in staat zijn mee te innoveren. En paradoxaal genoeg zijn dit mondiaal gezien vaak informele steden, die niet passen in de Westerse perceptie van een vitale stad.

Vitale economie
Kunnen steden ook van positie veranderen? Jazeker! Rabé vertelt over de opkomst en ondergang van Angkor en Thom, twee steden in Cambodja. Wereldsteden die van de 9e tot de 13e eeuw bruisten van vitaliteit. Ze werden echter economisch ingehaald en kregen te kampen met interne conflicten en problemen met watermanagement.

Een vitale jonge economie is dus van groot belang. Dr. Ronald Wall (IHS, Erasmus University Rotterdam) gaat hier verder op in. In de wereldwijde ratrace tussen grote steden, aangevuurd door vergelijkingslijstjes van bedrijven als Accenture en McKinsey, staat de concurrentiepositie centraal.

Wall laat studies zien naar de geografische spreiding van investeringen, waaruit blijkt dat het mondiale zwaartepunt in Azië ligt. “Vooral de sectoren ICT, Life Sciences en Research & Development doen het goed en maken een land interessant voor buitenlandse investeerders. Veroudering van de stad ga je tegen door nieuwe economieën te laten bloeien en de stad zo aantrekkelijk te houden voor investeerders”, aldus Wall.

Case: Shenzhen

Shenzhen lijkt op voorhand niet het meest logisch om als voorbeeld te noemen van een verouderende stad. De stad groeide van 30.000 inwoners in 1980 tot 14 miljoen vandaag de dag. De gemiddelde leeftijd steeg van 30,8 in 2010 tot 33,6 in 2013. Verre van vergrijsd dus.

Als deze trend zich doorzet en de gemiddelde leeftijd ieder jaar met een jaar toeneemt, kunnen we echter wel degelijk spreken van een bijzonder snelle vergrijzing van de bevolking. Maar is de stad met haar statische infrastructuur adaptief genoeg om met de inwoners mee te veranderen?

Shenzhen heeft iets weg van een studentenstad vol professionals, zo laat Qu Lei (TU Delft) zien. Ieder weekend trekken bewoners de stad uit en weer in. Waar eerstejaars studenten op een gegeven moment niet meer ieder weekend naar huis treinen, lijken er in Shenzhen geen sociale ecosystemen te ontstaan die een zelfde omslagpunt veroorzaken. De stad blijft dan niet meer dan een plek waar mensen werken en slapen.

Video ‘New Cities: Shuiwei village in Shenzhen’.

Levensloopbestendig
Hoe kan de gebouwde stad bijdragen aan een krachtige economie en een jonge samenleving? Professor Sun Yimin (SCUT) maakt dit duidelijk aan de hand van een reeks Aziatische olympische stadions, gebouwd in de loop van de 20e eeuw. Gebouwen die zich kenmerken door futuristische daken en tribunes, en hippe snufjes. Na afloop van een event is het hightech gebouw echter gauw achterhaald. Leegstaand en slecht onderhouden maakt het een stuk minder indruk dan tijdens de wedstrijden. Gebouwen die worden gerealiseerd voor een specifiek evenement, moeten flexibel zijn, is de conclusie, en het vermogen hebben om zich aan te passen aan een nieuwe bestemming.

Het monitoren van een verouderende stad is de specialiteit van professor Cheng. Dachten we in Nederland al voor een uitdaging te staan, in China zijn meer dan 700 duizend bruggen nodig aan vervanging toe. Daar kijkt men vooruit en wordt de conditie van deze infrastructuren constant gemonitord. Zo wordt vroegtijdig gewaarschuwd en gehandeld als dit vereist is. De systemen spelen een belangrijke rol in het levensloopbestendig maken van de infrastructuur, mits goed ontworpen, geconstrueerd en opererend.

Prof. dr. Rob Polder (TNO en TU Delft) maakt het klip en klaar: repareren lost problemen niet op, maar stelt ze vooral uit. Na tien jaar is re-reparatie vereist. Corrosie komt terug en de constructie is minder stevig dan de eerste keer. Curatieve behandeling is daarbij niet genoeg. Een preventieve benadering is nodig om re-reparatie zoveel mogelijk te voorkomen.

Foto: Daniel Lee, CC 2.0.