blosse blog: “Voorbij blauwdruk en algoritme: naar een nieuwe cultuur van maken”

Intelligente steden kenmerken zich door de aanwezigheid van platforms’, zo stelt Zef Hemel. Structuren vervagen en mensen en kennis vinden elkaar op nieuwe manieren om zo vervolgens gezamenlijk effect te bereiken. De stad werkt dan als een groot brein . Hoewel platforms verschillende vormen kunnen aannemen, vertonen ze ook overeenkomsten, vooral in de manier waarop ze zijn georganiseerd. Steeds opnieuw zien we de bottom-up aanpak terug en het zelfsturende vermogen. Het management van bovenaf is bij deze fora verdwenen.

Dit artikel is geschreven door Jorick Beijer & Marije Blok en verscheen op 17-02-15 op Gebiedsontwikkeling.nu.

Platforms:
– opereren volgens inspirerende formats
– zijn schaalbaar; open;
– zijn interactief, met veel feedback;
– zijn repeterend;
– zijn lerend: alles draait in deze tijd om het lerend vermogen.

Platforms zijn er al en in verschillende vormen. Voorbeelden zijn de G1000, een grootschalig panel waarin burgers meedenken over belangrijke beslissingen; het platform dat in Rotterdam een bidbook ontwikkelt voor de World Expo 2025 en het in New York ontwikkelde open ontwerpproces Rebuild by Design. De Stichting Vrienden van Singelpark Leiden is ook zo’n voorbeeld. Burgers namen het initiatief voor de ontwikkeling van een groen stadspark langs de Leidse singels. Ze vormden een stadslab en overtuigden de gemeente. Die doet nu mee als katalysator én als financier. Zo kan het dus ook.

Burgers namen het initiatief voor de ontwikkeling van een groen stadspark langs de Leidse singels

Zef Hemel neemt de Amsterdamlezing ‘Stad als Brein’ voor zijn eigen rekening. Uitnodigend maar stellig. Setting is cultuurcentrum Crea. De website is helder: ‘Als student kun je nergens in Amsterdam beter terecht!’ Het café is energiek, opvallend druk voor een maandagavond. De zaal vult zich al snel tot de nok met jonge stedelingen én grijze haren. Met opvallend veel snorren. Het lijkt erop dat met name de oudere generatie benieuwd is naar de groeiende intelligentie van steden en de betekenis hiervan voor ons als burgers.

Leren van platforms
De Wibautleerstoel experimenteert met nieuwe platforms waarbij het draait om leren door te doen. Twee voorbeelden.

De praktijkleergang ‘De Nieuwe Wibaut’, waaraan 80 ambtenaren meedoen uit verschillende gelederen van de overheid. Deelnemers worden gemixt in zelfsturende teams en trekken als civil servants de stad in om samen met burgers en bedrijven te werken aan maatschappelijke problemen. Zo ontstaat een platform, dat in plaats van verticaal vooral horizontaal opereert.

‘Volksvlijt 2016’ is een experiment voor de open stad. Een jaar lang wordt door ontwerpers, Amsterdammers, bedrijven, activisten en kennisinstellingen gewerkt aan twaalf ‘campussen’ in de Amsterdamse Metropoolregio. Het resultaat wordt een publiekstentoonstelling tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2016. Een zoektocht naar nieuwe economie, gebiedsontwikkeling en cultuur.

Discussie/kritiek
Een innovatief toekomstbeeld? Zeker. Nieuw en origineel? Dat hoeft niet. De natuur heeft veel al bedacht en ontwikkeld. Het termietenstelsel dat onlangs in een woestijn zorgvuldig werd blootgelegd door wetenschappers is een prachtige metafoor voor de kennisstad en kan ons enorm veel leren over het van onderop zelf organiseren van de samenleving. Niet als een efficiënte machine, maar als een organisch systeem waarin iedereen meedoet.

Zef Hemel presenteert platformisering met glinstering in de ogen. Maar doet iedereen mee? Het succes van een platform wordt bepaald door de diversiteit ervan. ‘Is het ergens echter ook niet zo’, vraagt Pieter Hooimeijer zich af, ‘dat een goed platform een zekere mate van homogeniteit vereist?’ ‘Dat platforms hierdoor per definitie selectief zijn en mensen uitsluiten?’ ‘Uiteindelijk moeten de deelnemers elkaar toch ook verstaan’, is zijn contrahypothese. Hemel: ‘De bereidheid elkaar te willen verstaan is veel belangrijker dan een vergelijkbaar opleidingsniveau of vergelijkbare leeftijd’.

Een groot bereik ontstaat niet vanzelf. Stadsfilosoof Kees Jansen noemt tijdens het Amsterdam Smart City event een dag later The Long Tail-theorie van Chris Anderson . Dit model laat zien dat het heel goed lukt om snel een grote groep mensen te bereiken. De eerste 20 procent. Het is lastiger om de ‘staart’ mee te krijgen, terwijl het bereik groter is. De uitdaging is om nu betere steden te maken voor al die niet-early adopters.

zefgroot-54e30a0e6a122

Nieuwe makers: van technologie naar kennis, van kapitaal naar creativiteit
Platformisering; het past precies in deze tijd waarin we mobieler zijn dan ooit, continu verbonden zijn met anderen en beschikken over hoogontwikkelde technologie. Maar hoe zijn we gekomen waar we nu staan en wat leren we daarvan?

Halverwege de 19e eeuw was Manchester, met haar enorme katoenindustrie, hét voorbeeld van een stad vol innovatie en ontwikkeling. Al snel werd duidelijk dat industrie niet de toekomst had, maar dat kennis de onmisbare basis is voor een bruisende stad. Universiteiten werden de gebiedsontwikkelaars van de 20e eeuw. Stanford University bleek het paradijs voor jonge start-ups, accelerators en incubators. De 21e eeuw is een eeuw van nieuwe tegencultuur. Het gaat om creativiteit en Sillicon Valley is het nieuwe katoenimperium. Van over de hele wereld wil men leren van de concentratie vernieuwing en talent. Leren en kopiëren.

De conclusie: technologie maakt niet de stad. Het zijn niet meer planners die een blauwdruk ontwikkelen. Toch is het geloof in de maakbaarheid van de stad groter dan ooit. Onder economen, die met diagrammen en algoritmes de stad denken te snappen. De stelling: door open innovatie is meer te bereiken.

Zef Hemel: ‘Steden moeten alles uit zichzelf halen wat erin zit, dan gaan ze vanzelf meer produceren dan alleen interactie.’ ‘Alles open en in contact met de realiteit. Niet alles onder controle willen hebben.’ Wat er dan gaat gebeuren? Dat is nu juist het kenmerk van innovatie: het is nieuw. Hemel: ‘Ik kan garanderen dat innovaties zullen ontstaan, maar welke, dat kan ik nog niet beloven.’


Zef Hemel (bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek, Wibautleerstoel UvA) sprak op 9 februari in CREA tijdens de Amsterdamlezing. Pieter Hooimeijer (hoogleraar sociale geografie en demografie, Universiteit Utrecht). Kees Jansen sprak op 10 februari tijdens het Amsterdam Smart City event.