blosse blog: “ontwerpen aan geluk”

Vrijdag 26 mei was ‘positive design day’, waarop zowel het ‘Delft Insitute of Positive Design’ werd gelanceerd als Pieter Desmet geïnaugureerd werd als hoogleraar ‘Design for Experience’. Tijdens deze dag stond productontwerp centraal. Een terugkerend thema was het stimuleren van gedragsverandering. Een thema dat ook in gebiedsontwikkeling speelt, bijvoorbeeld bij het stimuleren van duurzaam gedrag. De voorbeelden die passeerden illustreerden een scala aan ontwerpvraagstukken en de kansen om de mens een beetje bewuster en gelukkiger te maken.

Dit artikel over de Positive Design Day verscheen 14-06-2013 op Gebiedsontwkkeling.NU

Lessen uit “Positive design day”

– 40 procent van ons ‘geluksgevoel’ wordt bepaald door menselijk handelen;
– Er is een ‘happinessgap’; we zijn subjectief nauwelijks gelukkiger dan 50 jaar geleden. Voor ontwerpers ligt er een uitdaging via ontwerpen verandering te stimuleren, te confronteren en verleiden en zo het subjectief gevoel van welzijn te verhogen;
– Emoties zijn functies. Functies die ons gevoel van welzijn vasthouden of doen toenemen. Daarnaast openbaart emotie altijd een waarde.

De toonaangevende onderzoeker Marc Hassenzahl trapt deze dag af met recent werk, voortbouwend op het thema ‘designing moments of meaning’, en benadrukt dat het voor hem niet alleen maar gaat over ‘joy of happiness’. Hassenzahl, hoogleraar ‘Experience Design’ aan de Folkwang University of Arts in Essen, geeft aan vooral geïnteresseerd te zijn in momenten van betekenis, of ze nu leuk zijn of niet. En dat kan volgens hem alleen door mensen te betrekken. Zichzelf excuserend voor het ‘goeroetaalgebruik’ ziet hij de ontwerper als iemand die mensen helpt om zichzelf te transformeren. En die transformatie kan op zowel positieve als negatieve manieren. De discussie tussen het positieve en negatieve is wat Hassenzahl het meest interesseert. Waar ontwerp traditioneel gezien vooral gericht is op het maken van makkelijk bruikbare objecten, wil Hassenzahl ze inzetten om mensen te prikkelen. ‘Pleasant troublemakers’ noemt hij ze. Objecten die niet veranderen, maar eerder een bepaalde verandering bewerkstelligen. De lezing van Hassenzahl zat vol met fascinerende projecten. Zo presenteerde hij de 50/50 cake. Een bakvorm die voorzien is van een diagonale scheiding. Men vult de ene kant met beslag gemaakt met boter, de andere kant met beslag dat gemaakt is met yoghurt. De cake die ontstaat is 50 procent gezond en 50 procent ongezond en is een echte ‘troublemaker’. Want waar begin je te eten? Volgens Hassenzahl is het spelen met de gebruiker noodzakelijk om deze kritisch te laten worden. De drie principes die daaraan voorafgaan zijn ‘naivety’, ‘understanding’ en ‘irony/ambiguity’. Producten moeten dus niet te slim zijn, maar ook tastbaar en de gebruiker toestaan om vals te spelen. Bijvoorbeeld bij het whiteboard dat hij ontwierp. Ogenschijnlijk normaal kan de gebruiker binnengekomen post met een magneet ophangen. Maar de magneet beweegt iedere dag een stukje omhoog en uiteindelijk hoopt alle post zich boven op, smekend om behandeld te worden. Of de stekkerdoos die een eigen leven leidt. De hoes die om de stekkerdoos heen zit lijkt op een abstracte slang, rustig pulserend. Tot de televisie op standbye gaat en het ‘beest’ compleet dol wordt en zich spastisch samentrekt. Totdat de televisie helemaal uit gaat. Hassenzahl schreef al dit werk toe aan het idee ‘towards an aesthethic of friction’, constant gebruikers uitdagen en ze helpen bewuster te leven.

De Nederlandse ontwerpster Marije Vogelzang ontwerpt naar eigen zeggen ‘shit’. Haar werk wordt getriggerd door de potentie van ontwerp in relatie tot het werkwoord eten. Want meer dan dat ze voedsel ontwerpt, is ze geïnteresseerd in hoe mensen voedsel consumeren. Met een vergelijkbare ideologie als Marc Hassenzahl, maar geheel op eigen wijze, wil Vogelzang mensen uitdagen. Zo ontwierp ze een suikerlolly in de vorm van een pistool. Ervan etend steek je het pistool in je mond, een scherpe verwijzing naar wat overmatige suikerconsumptie met het lichaam doet. Vogelzang organiseerde voor haar eigen dochtertje van drie – die geen groente at – een workshop waarin ze juwelen ging maken met haar hele groep uit het kinderdagverblijf. Juwelen van groenten. Vogelzang benadrukte dat haar filosofie rondom ontwerp en voedsel is gebaseerd op ‘vragen’ en een gezonde dosis nieuwsgierigheid. Zo vroeg ze zich af waarom vleesvervangers toch de vorm van vlees hebben. Een nepworstje is toch helemaal geen worstje? Vogelzang bedacht fantasiedieren die ieder op eigen wijze ‘vlees’ opleveren, in de gekste vormen.

De derde keynote spreker was de excentrieke Brit Andrew Shoben. Eigenzinnig kunstenaar en hoofd van het collectief ‘greyworld’, dat werkt aan openbare kunst die mensen weer laat spelen in de stad. Op onconventionele wijze rekende Shoben af met traditie en dogma’s. Ook zijn projecten komen voort uit het principe om mensen te verrassen, uit te dagen en te verleiden. Zo gaat iedereen wel eens met zijn hand langs een hekje met spijlen om er geluid uit te krijgen. Greyworld bracht de spijlen op toon en transformeerde het hekwerk in een muziekinstrument. Shoben liet al eerder merken moeite te hebben met bronzen beelden in de stad. Voor het Tate Modern in Londen ontwierp hij een bronzen beeld dat reageert op bezoekers en voorzag het van een Latijnse tekst die nergens op sloeg. Het beste illustreerde Shoben de kracht van ontwerp in zijn project ‘Trafalger Sun’. Op de volgens hem ‘shittiest day of the year’, een maandag in december, hing hij een grote plastic bol boven Trafalger Square en lichtte het bij nacht op als een gloeiende zon. Bezoekers waren ervan overtuigd de warmte ervan te voelen, iets wat volgens Schoben fysisch onmogelijk is.

Delft Institute of Positive Design
Tot slot van de ochtend lanceerden medewerkers Anna Pohlmeyer & Steven Fokkinga het Delft Insitute of Positive Design (DIoPD). Informeel al twee jaar bezig richt het instituut zich op ‘design for wellbeing and human flourishment’. Waar bewezen is dat positieve ervaringen voor korte tijd zeker bijdragen aan het geluksgevoel, stelde Pohlmeyer vooral geïnteresseerd te zijn in hoe ontwerp bij kan dragen aan ervaringen die voor een langere termijn bijdragen aan geluk. Geluk wordt dan meer een vorm van persoonlijke groei en ontwikkeling. Het DIoPD manifest bouwt daar helder op voort en stelt dat: ‘positive Design creates possibilities, supports human flourishing, enables meaningful activities, embraces rich experiences and accepts responsibility.’

Als cadeautje voor alle bezoekers – maar ook publiek toegankelijk – stelde het DIoPD haar bibliotheek met ‘tools en methods’ beschikbaar. Via www.diopd.org kan deze rijke verzameling aan innovatieve concepten ingekeken worden.

Oratie
De intreerede van professor Pieter Desmet was het hoogtepunt van deze dag vol positieve energie. In de aula van de TU Delft fascineerde de jonge hoogleraar ‘Design for Experience’ aan de Faculteit Industrieel Ontwerpen zijn publiek met een simpel zwart potlood. Het was een van de vele studenten die hij reeds mocht begeleiden die met het potlood aan kwam zetten, als het ultieme voorbeeld van verfijnde innovatie. Anders dan een rond potlood had deze variant ribbels en zou het dus niet meer zo gemakkelijk van tafel rollen. Het idee dat het potlood daardoor niet meer zou breken gaf de student een beter gevoel.

Desmet zette in zijn rede drie simpele principes van ‘emotie’ uiteen: ‘function, value, object’. Volgens Desmet zijn emoties functies. Functies die ons gevoel van welzijn vasthouden of doen toenemen. Daarnaast openbaart emotie altijd een waarde en stelt Desmet dat de meeste emoties die door een product veroorzaakt worden eigenlijk niet om het product zelf gaan.

Een van de doelen van Desmet ¬ – en daarmee raakte hij aan de eerdere lezing van Hassenzahl – is om in ‘design for experience’ verder te kijken dan plezier. Want ook Desmet stelt dat plezier niet altijd passend is, bijvoorbeeld door de grenzen van het ethische te tarten. De leerstoel van Desmet en het DIoPD zal zich de komende tijd gaan richten op vier onderzoeksprogramma’s, rondom de thema’s ‘nuances’, ‘richness’, ‘virtues’ en ‘wellbeing’.

Desmet toonde een grafiek waarin voor de periode 1950-2000 de subjectieve ervaring van welzijn is uitgezet tegen de toename in ‘materieel welzijn’. Het steeds groter wordende gat is het ‘happiness gap’. We voelen ons subjectief nauwelijks gelukkiger dan pakweg 50 jaar geleden. Met een simpel taartdiagram toonde Desmet aan dat er op dit vlak echt kansen zijn voor ontwerpers. Waar de beleving van geluk voor 50 procent wordt bepaald door een ieders genetische samenstelling en voor 10 procent door ‘omstandigheden’, heeft 40 procent te maken met het menselijke handelen. En die kan volgens Desmet vormgegeven worden. Hij noemde het ‘the inspirational power of objects’.

Zie ook:
Delft Insitute of Positive Design (DIoPD)
DIoPD-bibliotheek met tools en methods
Collegerama opname Positive Design Day

Lees verder op Gebiedsontwkkeling.NU