blosse blog: “leefbare steden: lief zijn voor voetganger en fietser”

MCD Great Books over ‘Cities for people’. Tijdens de derde bijeenkomst (25 juni 2013) van het MCD Great Books Programma werd het boek ‘Cities for people’ besproken. Het was de auteur van het boek, Jan Gehl zelf die een geanimeerde presentatie gaf waarin hij uitlegde dat we steden moeten ontwikkelen die zelfs de katten gelukkig maken. Jan Gehl focust zijn werk op het faciliteren van levendigheid, aantrekkelijkheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid – voor stedelingen van iedere leeftijd en iedere sociale klasse. Een uitdagende lezing voor het brede publiek van het MCD-netwerk. Want hoe gaan we steden nu daadwerkelijk leefbaarder maken?

Dit artikel verscheen 05-07-2013 op Gebiedsontwkkeling.NU.

Dagvoorzitter Leo Versteijlen zette de toon door te stellen dat ‘cities for people’ iedere dag belangrijker wordt. In ontwikkelend China is het nu niet alleen maar duurzame energie en minder vervuilende uitstoot, maar wordt ook langzaam verkeer een belangrijk ruimtelijk element, aldus Versteijlen.

“Be sweet for pedestrians and bikes”, dat is de hoofdboodschap van Cities for people, stelde Gehl. De charismatische spreker schetste eerst het historisch perspectief van stadsontwikkeling die niet zo lief is geweest. Het was de kritiek van zijn vrouw Ingrid, opgeleid als psycholoog, die aan de basis stond van 40 jaar onderzoek naar leefbare steden. Dat werk kon hij herhaaldelijk succesvol internationaal communiceren. Zo verscheen zijn dissertatie inmiddels al in 28 talen.

Veranderende paradigma’s waren een terugkerend thema. De twee belangrijkste ziet Gehl rond 1950/1960 met eerst een invasie van de automobiel en vervolgens de introductie van het harde modernisme. Voor Le Corbusier had hij weinig vleiende woorden over deze middag in de Rotterdamse Maastoren. Zijn preek over humanistische stedebouw was ironisch te noemen, uittorenend boven en uitkijkend op de stad die zoveel van het Corbusiaanse gedachtegoed in zich heeft. Planning alsof men naar de stad kijkt vanaf 5000m hoogte kon Gehl alleen maar beschrijven als ‘birdshit architecture’. Zijn pleidooi richt zich enkel en alleen op het ooghoogteperspectief. Gehl stelde dat als die schaal goed ontworpen is er vervolgens best gekeken kan worden uit het perspectief van de helikopter en eventueel dat van het vliegtuig – maar dat steden nooit andersom gepland kunnen worden. Architectuur is volgens Gehl de laatste decennia teveel behandeld als een parfumflesje, maar mooie torens maken geen goede steden. Het tijdperk van de ‘starchitects’ ziet hij dan ook het liefst snel wegvagen.

Het nieuwe paradigma is dat van levendige, aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame steden. En dan niet gezond als in een roltrap nemen naar de sportschool. Gehls centrale argument in Cities for People is “first we shape cities and then they shape us”. Het precieze moment van deze paradigmaverandering is niet zo duidelijk te bepalen en verschilt volgens Gehl ook ietwat per werelddeel. Dat hij niet de enige was die in een zelfde tijd erover begon te publiceren gaf Gehl grif toe en hij stelde dat zelfs als bemoedigend te hebben ervaren. Middels het werk van mensen als William Whyte, Donald Appleyard, Fred Kent, Peter Bosselman en Jane Jacobs heeft deze hedendaagse beweging een sterke basis gekregen, aldus Gehl.

Met Kopenhagen, Melbourne en New York als voorbeeld liet Gehl zeer beeldend zien hoe zijn gedachtengoed daadwerkelijk steden leefbaarder kan maken. De aspiratie die het gemeentelijke bestuur van Kopenhagen had (“de stad moet fantastisch zijn voor de mensen”) was de basis voor een officieel plan. Met een ambitie, namelijk om de meest leefbare stad in de wereld te worden. Jan Gehl en zijn bureau hebben meegewerkt aan het project en uiteindelijk is er in Kopenhagen een complete fietscultuur gefaciliteerd. De fiets is nu het voornaamste vervoersmiddel in de stad en dat leidde zelfs tot verdubbeling van fietspaden, om files te voorkomen. Hoewel hij volgens Gehl een Ferrari bezit, komt zelfs de burgemeester van Kopenhagen iedere dag fietsend naar zijn werk.

Melbourne had vooral de ambitie om ‘Copenhagen style’ te gaan en voor die truc huurden ze Gehl in, die daar een dicht netwerk van fietspaden voorstelde. In New York was het een groter gebaar wat Gehl adviseerde burgemeester Bloomberg te maken: het deels afsluiten van Broadway. Onder het mom van een tijdelijke interventie werd het publiek gewoon gemaakt met ‘walk this way’; tot ze er niet meer zonder wilden. De daaropvolgende aankleding met planten, bomen en bankjes transformeerde deze plek van beweging in een plek waar je nu ook kan verblijven – en de wereld aan je voorbij kan zien schieten. De volgende uitdaging voor Jan Gehl ligt in Moskou. Lachend vertelt hij dat ze daar vroegen om een ‘New York style’ project.

Gert-Jan Hospers, hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen, verzorgde een wat meer academisch co-referaat over Cities for People. Zijn perspectief was vooral dat van een verouderende samenleving. Een urgente kwestie voor Europa, maar nog veel meer voor China – dat nu de gevolgen begint te merken van haar eenkindpolitiek. Veroudering komt veelal met beperkingen, aldus Hospers, en dat heeft bijna altijd ruimtelijke implicaties. Zo staan in Duitsland inmiddels de stoeplichten langer op groen en pioniert MIT met het zo genaamde ‘ageing suit’. Dit pak simuleert de beperkte bewegingsvrijheid van ouderen en op die manier worden bijvoorbeeld ruimtes en producten getest. Volgens Hospers is Cities for People een prima gids om steden te ontwikkelen die gevoelig zijn voor de behoeften van mensen – jong en oud. Jammer genoeg kwam de discussie niet goed van de grond. Voor meer diepgang nodigt dit uit voor een vervolg waarin er concreter wordt gesproken over de implementatie van Jan Gehls gedachtegoed. Enerzijds was er een brede consensus dat we steden inderdaad leefbaarder kunnen en moeten maken, en Gehl liet opnieuw zien dat de instrumenten eigenlijk vrij eenvoudig zijn. Maar de vraag hoe we dat nu daadwerkelijk gaan doen zorgde voor wat aarzeling en pessimisme. Want hoe overtuig je de ontwikkelaar van een ‘soft edge’? Hoe stuur je participatieve planning? En hoe organiseer je het beheer? Zeker in de huidige tijd van een terugtrekkende overheid ligt de sleutel in het faciliteren. En dat vraagt om meer lef van de gebiedsontwikkelaar.

Zie ook:
Presentaties op de MCD-website
– YouTube-video over de MIT Ageing Suit
– Boek Jan Gehl ‘Cities for people’